Vertaling van de eerste twee pagina’s van de roman van Mohamed Chacha. 1997.

Toen ze hadden gegeten en gedronken en de buik goed vol zat, wilden ze de afwas doen, maar de moeder van Tlaytmas liet het niet toe. Ze zwoer hun dat ze niets anders te doen had. ‘Ik ga zelf de afwas doen, dan heb ik tenminste iets te doen. Gaan jullie je huiswerk maar maken.’ 

Zij gingen naar boven, naar hun kamer. Ze konden toch geen TV kijken omdat de vader van Tlaytmas wortel had geschoten op de stoel. Ze konden niet op hun gemak kijken, omdat de vader van Tlaytmas, zoals alle Marokkanen, zodra er iets van het vrouwelijk lichaam op TV verscheen, moest zappen. Het gebeurde weleens dat iemand geen aandacht had voor wat er op televisie verscheen. Als ze dan ook nog de afstandbediening kwijt waren, dan begonnen ze te schreeuwen, alsof ze door kwade geesten waren bezeten.

Ze gingen tegen hun zin naar boven, maar er zat niets anders op. De kamer waar de ouders zaten was een soort gevangenis. Toen ze boven aankwamen konden ze weer vrij ademen, alsof er honderd kilo van hun schouders was gevallen. Nounja ging op het bed zitten en bekeek een aantal foto´s. Tlaytmas kleedde zich om. Toen zij klaar was ging ze naast Nounja zitten en zei:

‘Weet je, ik ben die mentaliteit van mijn vader helemaal zat. Hij doet me nog het meest denken aan een dorpshoofd. Ik weet niet wat ik met hem aan moet. Hij wil me maar niet begrijpen. Ik weet niet of hij me echt niet begrijpt of dat hij maar doet alsof.’
‘Hij doet maar alsof. Wat hij in zijn hoofd heeft, zorgt ervoor dat hij zijn ogen sluit voor alles.’
 ‘Gisteren, bijvoorbeeld, kwam ik iets te laat thuis. Hij heeft me de huid volgescholden. Hij wilde me zelfs slaan. Als mijn moeder er niet tussen was gekomen dan had hij het gedaan. Wellicht zou dat nog beter zijn dan als dat gescheld. Dat is toch geen ouder, dat is de gendarmerie.’
‘Maar jij weet toch dat jouw vader altijd moeilijk doet. Hij wil niet dat je laat buiten blijft. Waarom kom je dan niet iets vroeger naar huis? Dan vermijd je die scheldkanonade.’
 ‘Maar waarom jij wel dan, Nounja? Jij mag alles van je vader. Jij bent hier nu al heel de dag en je blijft hier slapen. Er is toch niets aan de hand?! Als ik dat zou doen dan kun je er donder op zeggen dat hij me zou villen. Ik weet niet wat hem bezielt. Maar hij weet niet dat ik toch mijn eigen gang kan gaan, zonder dat hij het door heeft. De vrouw die buiten de gebaande paden wil treden, zal dat ook doen. Al sluiten ze de zeven poorten van de hemelen. Er was er één die zijn vrouw altijd in het huis opsloot. Op een dag zei zijn buurvrouw tegen hem: ‘Weet je, ik zie elke keer iemand via het raam aan de achterkant naar binnen gaan. Is dat een gebruik van jullie?’ Die vader van me. God mag weten wat hij allemaal in zijn jeugd heeft uitgespookt. Hij zal ook wel achter de meiden aan hebben gezeten en als ik zijn dochter niet was geweest dan had hij waarschijnlijk iedere keer als ik langliep naar mijn achterwerk gekeken. Misschien doet hij het nu ook wel. Hij is dag en nacht op zoek om mij uit te huwelijken om te voorkomen dat hij zich aan me vergrijpt…’