Ik ben bezig met een vertaling (een deel van) het boekje Izřan Izřan van Mayssa Rachida. Hierbij alvast een voorproefje:

Bismillah a nebda leklam a t nṣeyyar,
leklam a t nessuyes am waman n wenẓar.

In naam van God zullen we het woord verspreiden,
we zullen het woorden verspreiden als regenwater.

Bismillah a nebda cciṭan a t nessexza,
a t nessek zi tewwaṛt a t narr ɛla baṛṛa.

In naam van God beginnen we, we vervloeken de duivel,
door de deur gaat hij naar buiten.

Bismillah a nebda i mux as i mux as,
ini mac ma tennid a tazdat n tefřas.

In naam van God beginnen we, maar hoe dan, hoe dan?
Zeg maar gewoon iets, met je smalle gezichtje.

Bismillah a nebda bismillah a nenṭeq,
bismillah a nekkes zegg wuř nneɣ axeyyeq.

In naam van God beginnen we, In naam van God spreken we,
In naam van God verwijderen wij de droefheid uit ons hart.

Cekkem a yacekkam cekkem uřa dayi,
aqa ɛad a temted ad tinid semḥ ayi.

Verklik maar verklikker, verraad mij ook maar,
Jij zult ook nog sterven en om vergeving vragen.

Taddart n mami ynu yennuqar as d ufiɣař,
yennuqar as d ucekkam ticekkamin ctaṛ.

Het huis van mijn lief is omringd door slangen,
door verklikkers, mannen en vrouwen.

A ya win i diha ṭṭf it id ad as nɣars,
ɛamayen n umuni war tt iḥidi ɛemmars.

Pak diegene daar, we slachten hem,
twee jaar verkering en hij heeft haar nog niet aangeraakt.